Waardenwerk 2018-73

Waardenwerk 2018-73

2018

Omschrijving

Art Dialogue Methods

Art Dialogue Methods

De auteurs introduceren de Art Dialogue Method (ADM) aan de hand van een casus als een onderzoekende ontwikkelingsgerichte benadering voor het regenereren van een morele oriëntatie in gemeenschappen en het revitaliseren van samenwerking in groepen en teams. In vergelijking met rationele aansturing, appelleert ADM op het geheel van menselijke vermogens, gericht op het ontwikkelen van praktische wijsheid ofwel phronèsis. Voortbouwend op de antieke filosofische levenskunst is dit Aristotelische concept verrijkt met praktijken en inzichten uit methodologische tradities, in het bijzonder ‘artistic inquiry’, participatieve en narratieve onderzoeksbenaderingen. De relevantie van deze benadering in de context van de geglobaliseerde, neoliberale samenleving, waarin het waartoe van organiseren en de kwaliteiten van samenwerking
uitgehold worden, is de focus op praktische wijsheid die kan ontstaan uit een samenspel van verbeeldingskracht, logisch redeneren, ethisch positioneren, en sensitiviteit voor werk dat deugt en deugd die werkt.

Sleutelwoorden: art-dialogue, kunstzinnige dialoog, praktische wijsheid, gemeenschapsvorming, levenskunst in organisaties, actieonderzoek.
Meer info
3,90
De geest voorbij

De geest voorbij

In zijn bijzonder vermakelijke boek over onze hedendaagse sportcultuur merkt de bioloog Midas Dekkers op dat filosofen die ontkennen dat de geest bestaat, deel blijven uitmaken van de faculteit der geesteswetenschappen (Dekkers, 2006, p. 24).

Dat lijkt tegenstrijdig, maar dat is het niet. Want het kritisch analyseren van het idee van geest kan alleen overgelaten worden aan geesteswetenschappers. We moeten er toch niet aan denken dat biologen, of bijvoorbeeld hersenwetenschappers, ons gaan vertellen dat de geest niet bestaat. Zij kunnen ons wel vertellen wat de relatie is tussen de werking van onze hersenen en ons gedrag, maar of de geest wel of niet bestaat, dat kan hun meetapparatuur niet vaststellen. Het instrumentarium van de geesteswetenschappen – waaronder de culturele, de conceptuele, de normatieve en de epistemologische analyse – is daarentegen uitermate geschikt voor het kritisch onderzoeken van het concept en het idee ‘geest’.

Zelf ben ik overigens helemaal niet geïnteresseerd in de vraag of de geest nu wel of niet bestaat. Een van de dingen die ik in dit artikel naar voren wil brengen, is dat het spreken over en van ‘de geest’ – of deze nu bestaat of niet – de gezondheidszorg meestal niet helpt om diverse gezondheidsproblemen adequaat te benaderen.1 Mijn voorstel is om het woord ‘geest’ te verbannen uit de gezondheidszorg en het te vervangen door een bredere opvatting van lichaam en lichamelijkheid. Voordat ik in zal gaan op de problematiek van geest en lichaam, wil ik eerst in meer algemene termen stilstaan bij het belang van geesteswetenschappelijke reflecties op gezondheidszorg. Het vakgebied dat zich bezighoudt met dit soort reflecties kan het best met de Engelse term Medical Humanities aangeduid worden.

Ziek of gezond, een normatieve aangelegenheid

Ziekte en gezondheid gaan ons allen aan. We zijn over het algemeen zo vertrouwd met ziekte en gezondheid dat we er meestal niet echt bij stil staan wat we precies met ‘ziek’ of ‘gezond’ bedoelen. Om deze alledaagse vertrouwdheid te kunnen analyseren, moeten we er een afstand toe creëren, en moeten we bereid zijn om onze voorkennis en vooroordelen tussen haakjes te zetten. Omdat veel van onze kennis omtrent ziekte en gezondheid ons ingegeven is door de biomedische wetenschappen, moeten we ook die tussen haakjes zetten. Deze procedure komt aardig overeen met de oproep van de Duitse filosoof Husserl dat we tot ‘de zaken zelf terug moeten keren’ (Husserl, 1900-1901, p. 6).

Laten we dat proberen – terug naar de zaken zelf. In het algemeen lijkt ‘ziek’ het negatieve tegendeel van ‘gezond’. Als je gezond bent dan gaat het goed met je, maar als je ziek bent dan is er iets mis. Nu lijkt het in onze tijd bijna vanzelfsprekend dat de biomedische wetenschappen uitsluitsel geven over wat er dan mis is. Iets in je lichaam dat niet meer goed functioneert of dat kapot is gegaan; een genetische afwijking; een ongenode bacterie die de boel uit evenwicht brengt; of een gebrek aan stofjes in je hersenen etc. 

Toch kunnen de biomedische wetenschappen pas zeggen dat en hoe er iets mis is als er eerst vastgesteld is waar de grens ligt tussen mis-zijn en niet-mis-zijn. Deze grens tussen het pathologische of afwijkende enerzijds en het normale anderzijds, wordt nu echter niet zomaar door de biologie of de natuur bepaald. Het vaststellen van een dergelijke grens is mensenwerk. Mensen ‘produceren’ voortdurend normen ten aanzien waarvan verschijnselen geïnterpreteerd kunnen worden als ofwel normaal ofwel als pathologisch of afwijkend.

De term ‘normaal’ als tegenovergestelde van pathologisch lijkt van alle tijden. Niets is minder waar. De Griekse term ‘ortho’, evenals haar Latijnse vertaling ‘norma’ werd in de Oudheid gebruikt om een rechte hoek mee aan te duiden. De Canadese wetenschapsfilosoof Ian Hacking (1990) stelt dat door de opkomst en het gebruik van de statistiek in de 19e eeuw het idee van ‘normaliteit’ gevormd wordt binnen het domein van de menswetenschappen, en in het bijzonder de geneeskunde. Waar men voorheen nog sprak van de ‘menselijke natuur’, vanaf de 19e eeuw wordt het gangbaar om van ‘de normale mens’ te spreken, volgens Hacking (p. 161). Door de ontwikkelingen van de statistiek in de 19e eeuw gaat de term gebruikt worden om de symmetrische verdeling van fouten of van waardes aan te geven. Carl Friedrich Gauss had aan het einde van de 18e eeuw al laten zien dat meetfouten in de astronomie zich symmetrisch verdelen ten opzichte van een middelste waarde. Grafisch wordt dit verbeeld door een curve in de vorm van een symmetrische klok. Deze klokvormige grafiek (bell curve) wordt in 1877 door Francis Galton de ‘normaal verdeling’ genoemd (Hacking 1990, p. 184). Zoals algemeen bekend, vormt de ‘normaal verdeling’ één van de basis modellen van de huidige statistiek waarbij er dan dus vanuit wordt gegaan dat de meeste data of uitkomsten zich normaal verdelen, dit wil dan zeggen dat het gemiddelde van de uitkomsten samenvalt met de modus (de uitkomst die het vaakst voorkomt) en de mediaan (de middelste uitkomst).2

 

 

Meer info
3,90
Ego sum = ego cum

Ego sum = ego cum

De laatste jaren is Jean-Luc Nancy (1940) uitgegroeid tot een van de meest prominente denkers binnen de continentale filosofie. Zijn veelzijdige oeuvre bestaat uit sociaalpolitieke studies, monografieën over onder andere Immanuel Kant, Maurice Blanchot, Georges Bataille en Martin Heidegger, en bespiegelingen over het christendom, kunst, de Duitse Romantiek en mondialisering. Hij brak door met zijn essay ‘La communauté désoeuvrée’ (1983), een complex, uitgebreid commentaar op Bataille dat veel continentale filosofen heeft geïnspireerd (vgl. o.a. Agamben 1993; 2000; Armstrong 2009; Bird 2016; Blanchot
1988; Esposito 2010).1 Volgens Nancy is de westerse geschiedenis doortrokken van het motief van de gebroken gemeenschap: het idee dat een oorspronkelijke zuiverheid verloren is gegaan en hersteld moet worden.
Meer info
3,90
Het herwaarderen van relationeel werken

Het herwaarderen van relationeel werken

In non-profit organisaties verschijnt neoliberalisme in de vorm van New Public Management (NPM). Soms heel expliciet (bijvoorbeeld in de vorm van prestatiecontracten) en soms heel impliciet (bijvoorbeeld in de vorm van een geloof in de maakbaarheid van organisaties). Het is de afgelopen tientallen jaren de dominante manier geworden voor het omgaan met taaie kwesties in zorg, welzijn en onderwijs. Taaie kwesties zijn bijvoorbeeld betaalbaarheid, effectiviteit, transparantie en rechtvaardigheid. De bedoeling vanuit NPM is: een markt creëren waarbij kopers kunnen kiezen uit meerdere met elkaar concurrerende aanbieders. Concurrentie tussen aanbieders vraagt van aanbieders, zo is de redenering, dat zij diensten moeten aanbieden waar vraag naar is en tegen gelijke of lagere prijzen dan de concurrent. De koper kan zowel een burger, een zorgontvanger, een overheidsorganisatie of een bedrijf zijn.
Meer info
3,90
Humanisme en atheïsme: geen vanzelfsprekende combinatie

Humanisme en atheïsme: geen vanzelfsprekende combinatie

Is secularisering een afscheid van het christendom?

Als het waar is dat de figuur van God in een moderne, seculiere wereld geen rol van betekenis meer kan spelen, zijn daarmee dan ook het christendom, en in bredere zin, de monotheïstische godsdiensten, van het toneel verdwenen? Dat is de verrassende vraag die de Franse filosoof Jean-Luc Nancy (1940) zich stelt. Hij doet dat vanaf zijn eerste werken tot aan zijn meest recente studies, die expliciet handelen over het christendom. Vanwaar deze vraag? Omdat Nancy ervoor zou pleiten het christendom toch nog een plaats te geven in de seculiere wereld? Omdat hij van mening zou zijn dat er een terugkeer van de religie plaatsvindt in onze tijd? Nee, precies zo’n pleidooi, zo’n idee van een terugkeer wijst Nancy af. De vraag of met God ook het christendom verdwenen zou zijn, is voor Nancy zo belangrijk, omdat er naar zijn inzicht iets vreemds aan de hand is met die christelijke God. Iets wat zelfs zo vreemd is dat het nog aar de vraag is of God wel verdwenen is uit de seculiere wereld…
Meer info
3,90
Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

Meer info
Gratis
Interactief Theater in het sociale domein

Interactief Theater in het sociale domein

Zoals overal in Nederland heeft de sociale zorg ook in de gemeente Amsterdam ingrijpende wijzigingen ondergaan. Mede onder invloed van de transities in de ouderenzorg, de jeugdzorg en de arbeidsvoorziening heeft Amsterdam het sociale domein ingedeeld
in gebiedsgebonden teams, die de ‘SamenDOEN teams’ zijn gaan heten. De kern van de filosofie die aan de werkwijze van deze teams ten grondslag ligt, is het principe van ‘één gezin, één plan, één regisseur’. Ieder huishouden dat hulp en ondersteuning nodig heeft, krijgt te maken met één vaste hulpverlener als contactpersoon: de regisseur genoemd.
Deze regisseur bekijkt samen met de betrokkenen wat het gezin nodig heeft, en gaat daarbij ook na wat de mensen zelf en wat de naasten in hun omgeving kunnen doen bij het oplossen van en leren omgaan met de problemen. In deze aanpak krijgt de
regisseur vaak te maken met meerdere moeilijke zaken die binnen één gezin spelen, waar meestal verschillende gezinsleden, doorgaans in complexe samenstellingen bovendien, bij betrokken zijn.
Meer info
3,90
Kinderrechten in de stad door participatie van kinderen en jongeren

Kinderrechten in de stad door participatie van kinderen en jongeren

Nederland is sinds 1995 partij bij het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989) (hierna: het VN-Kinderrechtenverdrag) en is gebonden aan de rechten die in het verdrag zijn neergelegd. Het VN-Kinderrechtenverdrag bevat zowel burgerlijke en
politieke rechten, als sociale, economische en culturele rechten. Er wordt ook wel gezegd dat het verdrag kinderen rechten geeft op bescherming, voorzieningen en participatie. Het verdrag heeft een holistisch perspectief; alle rechten moeten in onderlinge samenhang bekeken worden. Er zijn vier fundamentele artikelen: (1) non-discriminatie (artikel 2); (2) het belang van het kind (artikel 3); (3) recht op leven en ontwikkeling (artikel 6); (4) recht op participatie (artikel 12) (Reynaert et al, 2015).2 Het VN-Kinderverdrag is door alle staten ter wereld geratificeerd met uitzondering van de Verenigde Staten. Dat betekent dat al deze staten de juridische verplichting hebben om het VN-Kinderrechtenverdrag te implementeren en kinderrechten binnen hun nationale jurisdicties te waarborgen. Ook lokale overheden zijn verantwoordelijk voor het implementeren en waarborgen van kinderrechten. In deze bijdrage breng ik het lokale niveau van de gemeente en haar rol in het verwezenlijken van kinderrechten voor het voetlicht.
Meer info
3,90
Kwestie: Hoe openbare aanbesteding kan uitwerken

Kwestie: Hoe openbare aanbesteding kan uitwerken

‘De organisatie voor sociaal werk en welzijn waarvoor ik als regio- en programmamanager werkte bood al decennialang maatschappelijk werk en sociaaljuridische dienstverlening in een gemeente van 65.000 inwoners.1 In die gemeente werkten wij goed samen met twee collega-instellingen die sociaal cultureel werk en informele hulp verzorgden. Alhoewel we die beide diensten ook zelf in huis had, hadden we voor samenwerking met lokale spelers gekozen. In deze gemeente ontwikkelden we met z’n drieën tal van innovaties waar inwoners baat bij hadden. Er waren zo’n twintig beroepskrachten en 250 vrijwilligers bij betrokken. In 2014 besloot de gemeente om het gehele sociaal werk openbaar aan te besteden. Het ging om een opdracht voor twee jaar, waarna
een nieuwe aanbestedingsprocedure ging uitmaken wie daarna de klus mocht uitvoeren. In de offerte-aanvraag domineerde een grote bezuinigingstaakstelling. Ons realiserende dat de gemeente eigenlijk afscheid wilde nemen van een van ons drieën, hebben we toch met onze vertrouwde alliantie een offerte uitgebracht. Hierin hadden we alle bezuinigingen weten te realiseren zonder in de uitvoering te snijden. Met vernieuwende programma’s wilden we de maatschappelijke opgaven aanvliegen met vertrouwde personen uit de bestaande basisinfrastructuur.
Meer info
3,90
Kwestie: Solidariteit als instrument

Kwestie: Solidariteit als instrument

‘Het initiëren en bevorderen van samenwerking tussen (groepen) mensen is altijd een rode draad in mijn werk als sociaal werker geweest. 1 Samenwerking tussen mensen die het alleen niet redden, hulptroepen uit hun eigen familie of netwerk, vrijwilligers en professionele zorgverleners. Daar rollen altijd creatieve oplossingen uit voort, zowel voor mensen individueel als voor doelgroepen, buurten en wijken. Dat zijn oplossingen die aansluiten bij waar mensen zelf warm voor worden. In veel van die projecten komen nieuwe, creatieve verbindingen tot stand tussen gewone oplossingen van mensen zelf, initiatieven vanuit verenigings- en bedrijfsleven en specialistische kennis (psychiatrie, jeugdzorg, schuldhulpverlening).
Hierin laat ik me leiden door wat ik zie als de kernwaarden en basisprincipes van mijn vak. Sociaal werkers helpen (groepen) mensen bij het (weer) ontdekken van en vertrouwen op hun eigen krachtbronnen en oplossingen. Bij het leven met de butsen, deuken en beperkingen die een mens nu eenmaal oploopt in het bestaan – de een jammer genoeg meer dan de ander. Sociaal werk helpt onzekerheden te overwinnen om hulp te vragen en hulp te bieden, en verbindt mensen en partijen met elkaar. Ondersteuning en zorg wordt daarmee duurzaam en geeft zelfvertrouwen.
Meer info
3,90
Lichamelijkheid in de geestelijke verzorging

Lichamelijkheid in de geestelijke verzorging

Aan het bijstaan en begeleiden van mensen zitten veel fysieke aspecten. Geestelijk verzorger Marieke Schoenmakers verkent in deze bijdrage hoe het lichamelijke doorwerkt in het contact tussen zorgvrager en -verlener.

Na een stage op de gesloten afdeling wist ik het zeker; ik zou later nooit geestelijk verzorger worden van mensen die lijden aan dementie. Met de meesten kon ik geen ‘goed’ gesprek voeren, terwijl op mijn opleiding de focus lag op het aanleren van gespreksvaardigheden. Ik wist me gewoonweg geen raad met deze doelgroep.
Het toeval wil dat ik zes jaar later gebeld werd voor een invalbeurt op dezelfde afdeling. Met de nodige aarzeling begaf ik me weer achter de gesloten deuren. Tot mijn eigen verbazing ging het contact met de bewoners me nu veel beter af. Hoe kon dit? De enige verklaring die ik hiervoor heb is dat ik in de tussentijd moeder was geworden. Hierdoor was ik veel meer ‘in mijn lijf gaan zitten’, en voelde ik letterlijk beter aan waar de behoeftes liggen van veel mensen met dementie. Dat ik met velen niet (diepgaand) kon praten ervoer ik niet meer als een probleem omdat ik inzag dat je ook op andere – meer lichamelijke – manieren contact kunt maken.
Meer info
3,90
Meer zelfredzaamheid, minder overheid?

Meer zelfredzaamheid, minder overheid?

Zorgethiek doet empirisch onderzoek in zorg- en welzijnspraktijken. Daarin doen allerlei ideeën opgeld die vaak van buiten komen, zoals zelfstandig leven, marktwerking in de zorg en de zogenaamd terugtredende overheid. Zorgethiek is geïnteresseerd in hoe dergelijke ideeën in praktijken van zorg en welzijn resoneren. We nemen bijvoorbeeld waar dat aan neoliberalisme ontleende veronderstellingen omtrent de sóórt van zelfstandigheid, de sóórt van zelfredzaamheid, niet aansluiten bij de feitelijke zelfstandigheid en zelfredzaamheid van kwetsbare burgers. Dergelijke voorstellingen informeren ondertussen wel het beleid en vaak ook de praktijk. We hebben daarmee goede redenen om te kijken naar waarom neoliberalisme bestaat, hoe het van gedaante verandert, zich telkens weer aanpast en in nieuwe gestalten opduikt. Er ligt namelijk aan het ontstaan van neoliberalisme een reële kwestie ten grondslag waardoor het voor politici en bestuurders ook vandaag de dag nog steeds aantrekkingskracht heeft. Ondertussen moeten wij kijken naar hoe aan neoliberalisme ontleende ideeën in feitelijke praktijken doorwerken.
Meer info
3,90
Professionaliteit en neoliberalisme: posities, paradoxen en perspectieven

Professionaliteit en neoliberalisme: posities, paradoxen en perspectieven

Bij het thematiseren van de verhouding tussen professionaliteit en neoliberalisme ligt het voor de hand om gebruik te maken van de resultaten van empirisch onderzoek naar de impact van neoliberaal beleid op professionele praktijken of op zijn minst van illustratieve
anekdotes dienaangaande. Toch moeten we dan eerst weten wat we bedoelen wanneer we het over professionaliteit en over neoliberalisme hebben. Het probleem is namelijk dat deze begrippen ieder voor zich al naar complexe realiteiten en constructen verwijzen
waar een onoverzienbare hoeveelheid literatuur over is verschenen. Professionaliteit wordt bijvoorbeeld in sociaalwetenschappelijke literatuur vaak geconceptualiseerd op een wijze waar veel professionals zich niet in zullen herkennen, terwijl denkers en doeners die allerwegen als neoliberaal worden beschouwd niet zelden ontkennen dat ze neoliberaal zijn of zelfs dat er zoiets als neoliberalisme bestaat. Daar komt nog bij dat het thematiseren van de samenhang tussen professionaliteit en neoliberalisme allerminst eenvoudig is, omdat deze verhouding zich uitstrekt over het geheel van mens en maatschappij, waarbij met name historische, economische, politieke en morele perspectieven een belangrijke rol spelen.
Meer info
3,90
Redactioneel zomer 2018

Redactioneel zomer 2018

Een paar weken geleden kwam ik in een krantenartikel de slogan tegen waarmee het zuivelschap in de jaren zestig met succes de melkconsumptie van de Nederlandse jeugd probeerde te vergroten: ‘Melk moet, melk doet je goed’. Die slogan gaf me te denken. Het idee dat melk ‘moet’ is inmiddels ecologisch gezien behoorlijk verdacht. Maar ik vroeg me af of deze prettig allitererende oorwurm ‘gerecycled’ zou kunnen worden als motto voor dit tijdschrift. ‘Waardenwerk moet, waardenwerk doet goed’ klinkt op het eerste gehoor niet slecht. Maar in tweede instantie bleef ik haken op het dwingende karakter van het ‘moeten’. Kenmerkend voor waardenwerk is juist dat het niet ‘moet’. In plaats daarvan vormt het een antwoord op een appel: het appel om goed, ambachtelijk werk uit je handen te laten komen dat deugt, en tegelijkertijd anderen en jezelf deugd doet. Dit impliceert dat het niet de personen in kwestie zijn die ‘moeten deugen’, maar dat het werk dat ze doen deugt.
Het gaat erom dat dat mooi, deugdelijk werk is, vakwerk, dat niet alleen degene die het verricht deugd doet, maar vooral ook degenen voor wie dat werk bestemd is. Daarom zijn waardenwerk en normatieve professionalisering onlosmakelijk met elkaar verbonden. Of werk deugt is primair een professionele vraag. Maar de vraag of werk ook deugd doet, brengt de ervaring en het oordeel van anderen in het spel voor wie dat werk bestemd is of die erdoor geraakt worden. Daarmee komen normatieve vragen op tafel rond professionele kennis en professionele macht, rond maatschappelijke rechtvaardigheid en rond duurzaamheid die alleen op horizontale basis, in leerzame wrijving tussen alle betrokkenen goed beantwoord kunnen worden. Zo gezien is er inderdaad geen ‘moeten’ in het spel bij waardenwerk. Het gaat erom gehoor te geven aan het appel om in en door je werk bij te dragen aan goed leven met en voor anderen en aan de ontwikkeling van rechtvaardige instituties en een duurzame wereldsamenleving. Dat is geen pakkende, lekker allitererende slogan. Maar de inhoud deugt wel, en het oplichten van de horizon van deze zoektocht geeft zin en diepgang aan het leven.

Meer info
Gratis
Spelende Wijsheid

Spelende Wijsheid

‘De mens speelt alleen indien hij in de volle betekenis van het woord mens is, en hij is alleen geheel mens, indien hij speelt.’ Deze woorden zijn af komstig van Friedrich Schiller (2009,1795, p.58), samen met Johan Wolfgang von Goethe grootmeester van het romantisch idealisme in Duitsland. De geciteerde zin staat opgetekend in zijn ‘Brieven over de esthetische opvoeding van de mens’, die hij schreef aan de Deense erfprins Friedrich Christian von Augustenburg. Van hem had Schiller voor zijn levensonderhoud een stipendium ontvangen, waardoor hij een aantal jaren onbekommerd werken kon.

Verlichting en revolutie
Het waren bijzondere en verwarrende tijden in Europa in de laatste decennia van de 18e eeuw. Schiller was een leerling van Kant, die met zijn programma van de Verlichting opriep om de onmondigheid te verlaten en zich zonder de leiding van de ander, ook al
doet die zich voor als het gezag van de kerk of de macht van de staat, van zijn eigen verstand te bedienen. Kant schilderde de mens als een dier met verstand begiftigd. Het was de opgave van de mens om de moraal van de redelijkheid te laten heersen over de dierlijke
driftmatigheid. Echter, er deden zich tegenstrijdigheden voor. De Franse Revolutie was een uitvloeisel van deze strijd tegen de onmondigheid, maar het scanderen van de leuzen ‘Ni Dieu, ni maître’ door de dreigende volksmassa’s op de pleinen van Parijs deden
eerder aan dierlijke driften dan aan redelijke inzichten denken. Schiller thematiseert dit dilemma in zijn brieven voor de verlichte Deense vorst, die liever niet door de macht van de revolutie verslonden wilde worden.
Meer info
3,90