Ruim anderhalf jaar geleden stond in de NRC een column van Folkert Jensma over lichtpuntjes op zijn terrein, het recht en de rechtsstaat (30 december 2024). Hij schrijft: ‘de rechtsstaat drijft op idealisme en engagement van individuen met hart voor de democratie, die durven innoveren.’ In dat kader brengt hij onder meer een bezoek aan New Paradigm, een recent gestart advocatenkantoor: twee advocaten, in de dertig, die voor deze nieuwe start ‘beter betaalde banen en partnerschappen aan de Zuidas’ hebben opgegeven, zoals Jensma schrijft. Zij vinden hun missie belangrijk en vertalen dit in de opzet van hun kantoor (steward-owned en zonder winstoogmerk) en in de inhoud van hun werk (‘kijken waar ze met het recht in de hand beweging in de goede richting kunnen veroorzaken’).
Getriggerd door deze column hebben we Marieke Faber en Danny Hoekzema uitgenodigd voor een interview. Op een koude februaridag bezoeken we hen op hun kantoor, gehuisvest in een bedrijfsverzamelgebouw in hartje Amsterdam. Enthousiast en genuanceerd vertellen ze over New Paradigm en de dilemma’s die ze bij het werken aan hun missie tegenkomen.
De start
Marieke en Danny, jullie zijn nu ongeveer anderhalf jaar geleden gestart met New Paradigm. Jullie hebben allebei eerst elders gewerkt; wat heeft jullie ertoe heeft gebracht om New Paradigm te starten?
DH: Na mijn rechtenstudie ben ik begonnen bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daar waren we bezig met de vraag: hoe ziet de wereld er over 30 jaar uit? Op een gegeven moment dacht ik: prima, die stip op de horizon, maar wat gaan we vandààg doen om daar te komen? Bij die kortere termijn past de advocatuur goed, dus al vrij vlot, na twee jaar bij de overheid, heb ik de stap naar de advocatuur gezet. In het advocatenkantoor waar ik werkte, zat ik in het privacy-team. De oprichter van het kantoor vroeg mij op een gegeven moment om met hem een kantoor op te richten in Brussel. In de EU lagen op dat moment de grote uitdagingen op tafel. Ik ben altijd ambitieus geweest in mijn werk en ben ondernemend, dus daar ben ik in gestapt.
We deden dat vanuit het idee: hoe kun je als advocatenkantoor zoveel mogelijk bijdragen aan de grote maatschappelijke opgaves? Dat was voor mij wel een nieuwe insteek; ik was tot dan toe vooral bezig met de inhoudelijke ontwikkelingen op mijn rechtsgebied en met mijn eigen carrière – hoe groei je door naar senior-advocaat en partner, dus de meer traditionele paden. Ik had eigenlijk nooit echt nagedacht over mijn maatschappelijke rol als advocaat. Toen we het avontuur in Brussel aangingen ben ik gaan nadenken: wat kùn je nu eigenlijk als advocaat? Je kunt inhoudelijk bijdragen, je kunt inhoudelijk vertragen, maar ik realiseerde me op dat moment ook: hoe gaan wij eigenlijk om met alle ruimte die wij hebben als advocaat om extra bij te dragen? Bijvoorbeeld: je kunt als advocaat best goed geld verdienen, wat ga je daarmee doen? Keer je dat uit aan de partners van het kantoor of gebruik je de middelen om maatschappelijke doelen te ondersteunen? Dat soort gesprekken had ik toen op kantoor. Daarop werd aangegeven dat mijn doelen te ambitieus waren. Want mensen hebben hun leven en financiële huishouding ingericht op de huidige situatie.
Tegelijkertijd groeide bij mij het besef dat de vraag hoe juristen positief kunnen bijdragen aan de maatschappelijke opgaven van onze tijd, niet door individuele kantoren of organisaties beantwoord kan worden — dat is een uitdaging die we als beroepsgroep samen moeten aangaan. Ik wilde daar ruimte voor maken. Toen ik die twee dingen naast elkaar legde, werd in een goed gesprek al snel duidelijk dat ik misschien een andere weg moest inslaan. Dat is het moment geweest waarop ik besloot dit kantoor te starten.