Van 21 november 2025 tot 9 augustus 2026 is in het Nieuwe Instituut te Rotterdam de expositie FUNGI. Anarchistische ontwerpers te bewonderen. Aan deze expo is een vijftal manifesten verbonden. Omdat geen daarvan gaat over onderwijs, heb ik daar zelf een manifest over geschreven: SCHIMMELSCHOLING. Wat mij opvalt in het gesprek over onderwijs, is dat het vaak gevoerd wordt vanuit de binnenkant, dat wil zeggen door de mensen die erbij betrokken zijn. In dit manifest kies ik voor een perspectief vanaf de buitenkant. Als school een van de varianten is waarmee de menselijke soort haar intergenerationele samenwerking vormgeeft om de soort gaande te houden, wat zien we dan? En hoe succesvol is ‘school’ dan voor dit doel?
De mens is hypersociaal. Onze intrasoortelijke bemoeienis is groot. Deel daarvan is de intergenerationele samenwerking om de soort gaande te houden. Doordat er nu eenmaal variatie is in creativiteit waarmee gemeenschappen vraagstukken oplossen, zijn er veel varianten van intergenerationele samenwerking te vinden. Toch kunnen we er grofweg twee onderscheiden.
In de eerste en oudste is intergenerationele samenwerking integraal in gemeenschappen geregeld. Menselijke gemeenschappen zijn lokaal ingebed in meer-dan-alleen-mensen samenlevingen. Hoe zij hieraan deelnemen opdat ze hierin zelf kunnen voortbestaan, vormt de kern van de lokale kennis die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Deze kennis gaat over hoe mensen met andere wezens de werelden maken die ze kunnen bewonen.
Hieraan ten grondslag ligt de ontdekking van een relatief eenvoudig gegeven, namelijk dat je je soort gaande houdt door leven gaande te houden en je in de meer-dan-alleen-mensen wereld nuttig te maken.
In de tweede, jongere variant is intergenerationele samenwerking geregeld via wat bekend staat als ‘school’. De eerste scholen stammen uit de Antieke Griekse tijd. Historisch loopt geen rechte lijn van toen naar nu. Ook zijn in de tussentijd en nu nog oude varianten van intergenerationele samenwerking aan te wijzen. Desondanks is op het Europese continent vanaf een bepaald moment die Griekse scholè als toonbeeld van intergenerationele samenwerking hernomen en via kolonisering en zendingswerk verder over de wereld verspreid.
Ondanks variatie is er ook een dubbele constante in ‘school’: leren 1) wordt gearrangeerd in een van de rest van de gemeenschap afgescheiden mentale ruimte die fysiek wordt gemaakt met eigen locaties en taken, en 2) is gericht op functioneren binnen de louter- menselijke samenleving, hetzij als a) volwassene in het functioneren van 1, b) toekomstige volwassene voor een leven na en deels bepaald door 1, c) volwassene die voor werk of hobby terugkeert naar 1. Ander leren is mogelijk maar dan hebben we het niet over ‘school’.