Keuze voor een vrije wil?

Keuze voor een vrije wil?

Productgroep Humanistiek 2012-48
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

'De vrije wil op een of andere wijze tot illusie verklaren, dat is marketingtechnisch een beproefd recept geworden.' (Sie et al., 2011, p. 252)

Dit artikel is geschreven vanuit de (vrije?) wil de dialoog van wetenschappers uit diverse disciplines over het bestaan van een vrije wil te stimuleren. We merken dat de laatste tijd de krasse conclusies die enkele hersenwetenschappers trekken ten aanzien van het functioneren van het bewustzijn en het (niet) bestaan van de vrije wil, de discussie zijn gaan overheersen. Dit is zowel in de wetenschappelijke als in de publieke opinie het geval. De hersenwetenschap lijkt plotseling de algemeen aanvaarde toetssteen te zijn geworden voor alles wat zinvol en wetenschappelijk over deze onderwerpen gezegd kan worden. Er lijkt sprake te zijn van een 'neurobiologisch determinisme'. Kritiek en nuanceringen van tegenstanders van een dergelijk determinisme lijken weinig tot geen toegang te krijgen tot het debat. Of moeten we zeggen dat die toegang ook niet voldoende gezocht wordt? De discussie over het bestaan van de vrije wil is natuurlijk al eeuwen oud en het is voorstelbaar dat men zijn tijd niet wil verdoen met het eindeloos herhalen van zetten. Daarbij werd die discussie zelden gekenmerkt door een pogen elkaar werkelijk te begrijpen, maar eerder door het uitroepen van het eigen gelijk en de onzinnigheid of onwetenschappelijkheid van het standpunt van de ander. De Berlijnse hoogleraar filosofie Peter Bieri zegt over deze discussie tussen voor- en tegenstanders van het bestaan van een vrije wil het volgende: 'We staan tegenover een conflict tussen twee gedachtegangen die uit heel verschillende gebieden van ons denken stammen: aan de ene kant de overweging die aansluit bij het idee van een begrijpelijke, van voorwaarden afhankelijke en wetmatige wereld; aan de andere kant de herinnering aan onze vrijheidservaring, die tot uitdrukking komt in de ideeën van het actorschap, van kiezen tussen verschillende mogelijkheden, en van verantwoordelijkheid.' (Bieri, 2006, p. 23) Bieri geeft meteen zijn mening over een mogelijke uitweg uit het dilemma: 'Hoewel beide elkaar tegenspreken, hebben we ze allebei nodig om onze positie in de wereld te articuleren. Deze articulatie zou onmiskenbaar onvolledig en vertekend zijn als een van deze beide ideeën ontbrak.' (idem) Het is het nagenoeg volledig ontbreken van deze uitweg voor het dilemma dat ons zorgen baart en dat de aanleiding vormt voor dit artikel. Onze zorg wordt versterkt door het feit dat de huidige economische en financiële crises ons dwingen tot ingrijpende maatschappelijke veranderingen. In onze maatschappij neemt de idee van een vrije wil op vele gebieden, direct of indirect, een centrale plaats in. Hoe we denken over het bestaan van een vrije wil is bepalend voor de manier waarop we denken over bijvoorbeeld opvoeding, onderwijs, rechtspraak en uiteindelijk ons gehele politieke stelsel. Dit zal dus ook van invloed zijn op de vorm die veranderingen op deze terreinen zullen krijgen. Reden temeer dus om ook publiekelijk de discussie over het bestaan van een vrije wil zo breed mogelijk te voeren. Het afgelopen jaar lijkt de publieke discussie gedomineerd te worden door twee boeken waarvan de titels samen een mooie samenvatting geven van de ene gedachtegang: De vrije wil bestaat niet (2010) van Victor Lamme en Wij zijn ons brein (2010) van Dick Swaab. Beide boeken zijn informatief en interessant om te lezen. Beide boeken zijn ook geschreven voor een breed publiek en lijken bedoeld om de publieke opinie te beïnvloeden. We beginnen ons betoog daarom met een bespreking van het boek van Lamme als exemplarisch voor deze hele lijn van denken die stelt dat wij ons brein zijn en geen vrije wil hebben. Het zal duidelijk worden dat wij onze vraagtekens zetten bij zijn standpunt. Het is daarbij niet onze bedoeling om de onderzoeken waarop Lamme zich baseert in twijfel te trekken. Wij vragen ons wel af of de conclusies die hij uit dit materiaal trekt ook werkelijk door die onderzoeken worden gedekt, of dat zij de grenzen daarvan te buiten gaan. Daarnaast valt het ons op dat Lamme eigenlijk helemaal niet ingaat op de onderzoeken die andere toonaangevende wetenschappers uit andere vakgebieden doen op het gebied van bewustzijn en vrije wil. Het lijkt er op dat hij ervan uitgaat dat reageren op (en zo als het zich laat aanzien ook verdiepen in) ander onderzoek totaal niet nodig is. Een standpunt wat op het eerste gezicht weinig wetenschappelijk lijkt, maar wel begrijpelijk is vanuit zijn gesloten en naar onze mening eenzijdige kijk op het fenomeen bewustzijn en (vrije) wil. Daarbij lijkt ons een verschil van invulling van de term 'vrije wil' door verschillende wetenschappers en misschien wel wetenschappen een niet onbelangrijke rol te spelen. In ons betoog zullen we dan ook een beeld schetsen van een andere 'gedachtegang' waarin de ervaring en ontwikkeling van de vrije wil, centraal staat. We doen dit aan de hand van het werk van P. Bieri, H. Frankfurt en Joep Dohmen.