Het Planetaire Existentialisme van Edgar Morin

Het Planetaire Existentialisme van Edgar Morin

Productgroep Waardenwerk 2026 105
€ 3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Op 29 mei 2026 overleed één van de belangrijkste Franse humanistische denkers uit onze tijd. Hij werd 104 jaar oud. Onder de filosofen deed alleen Hans-Georg Gadamer hem dit na. Edgar Morin was geboren in 1921 in Parijs, en hij heeft in zijn lange en productieve leven veelvuldig verslag gedaan van de intellectuele uitdagingen van zowel de 20ste als de 21ste eeuw. Op 24 jarige leeftijd schreef hij zijn eerste journalistieke werk, L’An zéro de l’Allemagne (1946), waarin hij de enorme existentiële uitdagingen van het naoorlogse Duitsland beschreef. Dit boek was ook een pleidooi voor een politieke en culturele toenadering en samenwerking in Europa. Morin, die van Sefardisch Joodse komaf was, was gedurende de oorlog actief geweest in het verzet; deze achtergrond weerhield hem er niet van zich verzoenend op te stellen jegens de verslagen medemens. De terugkerende thema’s in Morins humanistische filosofie zijn sterk gekoppeld aan zijn oorlogservaring: ‘verzet’, ‘compassie’, ‘verzoening’, ‘begrip’, ‘dialoog’ en ‘verbinding’. Deze thema’s treden bijna altijd op de voorgrond als Morin reageert op een ontwrichtend of destructief aspect van de realiteit dat net als oorlog een moment van wanorde, chaos of entropie representeert.

Hoewel hij rechten studeerde stond hij als intellectueel vooral bekend als socioloog en filosoof. Door de omstandigheden van de oorlog had Morin zijn studie niet afgerond, toch kreeg hij in 1950 een aanstelling aan het gerenommeerde Franse onderzoeksinstituut CNRS, binnen het sociologische departement, waar hij ook ‘directeur de recherche’ zou worden. Deze aanstelling gaf hem de mogelijkheid om zich levenslang volledig te wijden aan het schrijven. Morin schreef sinds zijn aanstelling bijna jaarlijks een boek, en soms wel meer dan één. Zijn oeuvre is veelzijdig: naast journalistieke werken – Allemagne notre souci (1947), Journal de Californie (1970), Au Rythme du monde (2014), etc. – schreef hij in de beginfase van zijn denken cultuursociologische werken zoals Les Stars (1957) en L’Esprit du temps (1962), en daarnaast vooral filosofisch-antropologische studies, die de vraag wat de mens is en wat menselijkheid betekent in het vizier neemt, zoals L’Homme et la mort (1957), Le Paradigme perdu (1973) en L’Unité de l’homme (1974). In deze eerste ‘humanistische’ fase van Morins denken wordt de mens existentialistisch benaderd als een wezen dat sociaal en historisch gesitueerd is, en dat, anders dan andere bestaansvormen, over zijn in-de-wereld-zijn reflecteert. Morin wordt in deze fase sterk beïnvloed door het Franse existentialisme (Sartre, Merleau-Ponty), de Duitse filosofische antropologie (Plessner, Gehlen) en de ontologie van Martin Heidegger.

Na zijn onderzoeksverblijf in de jaren zeventig in het Salk Institute in Californië vindt er in het denken van Morin een duidelijke verschuiving plaats: hoewel hij het humanisme van zijn eerste fase zeker niet de rug toekeert, wordt de vraag naar de mens in deze tweede fase binnen een ecohumanistisch perspectief geplaatst waarin niet zozeer de mens maar de kosmos het ultieme object van beschouwing is. Het zou hier inderdaad beter zijn om van kosmohumanisme te spreken, omdat Morin vanaf 1977, gegrepen door een encyclopedische roes, een systematische filosofie van de biologie en de natuur ontwikkelt, en een filosofische kosmologie en ontologie uitwerkt, die ook sterk metafysische eigenschappen heeft. Zijn vroege kennismaking met het werk van Georg Wilhelm Friedrich Hegel speelt hierbij een centrale rol: men heeft zijn filosofie ook wel als een transformatie van de Hegeliaanse dialectiek in een ‘dialogistiek’ gekenmerkt.
Terwijl de dialectiek uit zou gaan van een wederzijdse opheffing van tegenovergestelde polen, is de ‘dialogistiek’ een proces dat alle tegenspraken met elkaar in een feedbackachtige dialoog brengt.1 Morin is met Karl Marx van mening dat de dialectiek van Hegel op ‘haar voeten moet worden gezet’. Ondanks zijn waardering voor het historischmaterialisme neemt Morin afstand van het marxistische verklaringsmodel dat economische conflicten centraal stelt.