Gezelschappelijke Recensie

Gezelschappelijke Recensie

Productgroep Waardenwerk 2026 104
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Bijna aan het einde van het beroemde fantasie-epos The Lord of the Rings van J.R.R. Tolkien strompelen Frodo en Sam door het geblakerde landschap van Mordor. Ze herinneren zich niet meer hoe het voelt om met je voeten door het gras te lopen, het verse gras te ruiken. Ze brengen de Ring die de verdorven macht heeft om iedereen aan zich te onderwerpen naar de Doemberg, om deze te vernietigen. Frodo draagt zijn vervloekte last, en op zijn beurt draagt Sam Frodo.

Met veel interesse las ik Gert Schout zijn boek waarin hij pleit voor een gezelschappelijke psychiatrie. Mijn eerste associatie met gezelschappelijkheid is het Engelse fellowship, en bij fellowship denk ik vervolgens aan Tolkien met zijn ‘Fellowship of the Ring’, de titel van het eerst deel van zijn trilogie Lord of the Ring. Het linkje met de psychiatrie is dat ik me in 2016 zelf in allegorisch-atmosferische mentale landschappen bevond, onder andere in Mordor als Land van de Angst. De wereld waarin ik rond liep deed anders aan dan normaal, alsof ik een hoofdpersoon was in een spannende fantasiefilm. In psychose leef je als het ware in een eigen wereld, maar je ervaart toch ook wel gezelschap of fellowship, je kunt als het ware het hele reisgezelschap zelf optuigen, in de waanwereld bij elkaar opkloppen. 
Ondertussen raak je het contact met de feitelijke aanwezigen om je heen wel kwijt, of dat contact komt in ieder geval sterk onder druk te staan. Ik heb in psychose gemerkt dat de mensen om mij heen niet zo ver met mij mee konden reizen als ik van hen vroeg. 

Gezelschappelijkheid vat Schout op via Harry Kunneman, uit wiens denken hij sowieso veel put in het hele boek:

‘Gezelschappelijke relaties [zijn relaties] waarin mensen met ups en downs goed gezelschap proberen te zijn met en voor elkaar, en daarin, in het bijdragen aan en deel zijn van goed gezelschap, kunnen wortelen als persoon.’ (Kunneman, 2024, p. 5) 

In de ‘gezelschappelijke psychiatrie’ die Schout in dit boek poneert:

‘..draait het niet om ziekte of stoornissen, maar om relationele bodemverrijking, waaruit handelingsvermogen kan ontstaan. De gedachte is dat wie van betekenis is voor anderen, steun tegemoet kan zien en minder kwetsbaar is. Het belang van interventies verschuift daarmee naar het in co-creatie tot stand brengen van weefsels van giften en wedergiften.’ 

In de Medisch psychiatrische Unit (MPU, de voormalige Paaz-afdeling) waar ik werd opgenomen, en waar ik vooral behandeld werd met antipsychotica, ervoer ik weinig gezelschappelijkheid met de hulpverleners. Het werd raar gevonden – als ‘te amicaal’ gerapporteerd – om medepatiënten op te zoeken in elkaars kamer, en we mochten elkaar aan de ontbijttafel niet helpen met het openen van een mini-jam-verpakking, als dat met de door medicatie en/of ouderdom trillende handen niet zo gemakkelijk lukte. 

Eén van de mensen die mij zijn vriendschap bood in de periode kort na mijn psychose en opname in de psychiatrie was ervaringswerker Sibrand Hofstra. Daarnaast werd ik een tijdje gastvrouw bij herstelcentrum De Ruimte (tegenwoordig: Nexus), waar ik met mensen aan tafel gewoon kon kletsen over hoe het is om gesloten opgenomen te zitten. In de reguliere psychiatrie, bij de MPU en bij de grote ggz-organisatie in onze regio, namen ze mijn flyers van De Ruimte, inclusief mijn toelichting van de betekenis van deze plek voor mijn herstel weinig enthousiast in ontvangst. Ze leken niet te begrijpen wat daar gebeurde, wat de waarde is van mensen die elkaar helpen, die zich als peers, ja, bijna als brussen weer aan elkaar optrekken.