Een psychiatrie van gezellen

Een psychiatrie van gezellen

Productgroep Waardenwerk 2026 104
Gert Schout | 2026
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Steeds grotere groepen wenden zich tot de psychiatrie in de hoop er verlichting te vinden voor hun angsten, somberheid, verwardheid, onzekerheden, ontremmingen, drukke gedrag of hun onmacht om zich te verhouden tot anderen. Een veel kleinere groep, met aanhoudende en meervoudige problemen waaronder psychiatrische, wordt al dan niet bewust in de steek gelaten of heeft de hoop opgegeven dat de psychiatrie nog iets voor hen kan doen. De pretenties van de psychiatrie, maar ook de af hankelijkheidsreproductie die gepaard gaat met een werkwijze waarin behandelaren als deskundige verschijnen in het leven van onzekere mensen, vormen mede de achtergrond voor de toeloop van de eerste groep naar dit werkveld en de afwending ervan van de tweede groep. Een andere verklaring voor de toeloop is dat meer en meer mensen de ontschuldigende uitwerking van een medisch-psychiatrische diagnose zoeken.
Het lukt niet om te voldoen aan de prestatiedruk en vinden in het psychiatrisch label manieren om de blamage ervan te verzachten. Overdiagnostiek en overbehandeling van de éne groep leidt echter tot onderzorg van de andere groep. Hoe kan dit begrepen worden? In dit artikel zoek ik hier een antwoord op en ook op de vraag: hoe een gezelschappelijke psychiatrie ruimte kan maken voor mensen met aanhoudende en meervoudige problemen waaronder psychiatrische. Voordat ik inga op die beide vragen leg ik eerst kort het begrip gezelschappelijkheid uit.
Gezelschappelijke psychiatrie verwijst naar een psychiatrie waar gezel en gezelschap elkaar vormen door samen te werken en samen te leren. Gezel en gezelschap vormen elkaar door het overdragen en voortzetten van ambachtelijk werk. Harry Kunneman, aan wie ik deze inzichten ontleen, is sterk beïnvloed door het werk van Richard Sennett en de manier waarop hij invulling geeft aan het begrip vakmanschap. Kunneman verbreedt deze ideeën over vakmanschap in zijn biotische filosofie1 naar alle levensvormen als bacteriën, bomen, schimmels of insecten met wie wij de aarde delen, want ook die verzetten ambachtelijk werk. We verschillen in veel opzichten van deze andere levensvormen – bioten zou Kunneman zeggen – maar wat we gemeen hebben met deze gezellen, is (1) dat we relaties aangaan en in wisselwerking leven met andere bioten, (2) dat we de kennis die we onderweg opdoen delen en overdragen aan nieuwe gezellen. Ik nodig de lezer uit om door deze bril te kijken naar de psychiatrie; als een vorm van onderwijs, er wordt immers een ambacht geleerd en overgedragen.
Hulpverleners en hulpvragers, zijn vanuit dit gezichtspunt beide gezellen die als metgezellen een ambacht leren, ook al hebben ze niet dezelfde beginsituatie of dezelfde leeropdracht. Omdat een gezelschappelijke psychiatrie draait om leren kijk ik kritisch naar alles wat leren bemoeilijkt, waaronder medicatie en contexten waar dwang en hiërarchie leren in de weg staan.