Vrienden ruimden hun huis op omdat de dood aan hun deur was gekomen. Op een zondagmiddag knielde ik neer tussen de dozen vol boeken die ze veelal met spijt wegdeden. Daar vond ik De verre voortijd van Sebastian Barry. Twee zondagen later las ik in de vroege ochtend het boek ademloos uit.
Daarna zat ik lange tijd heel stil op het hoekje van de bank. Het licht kwam op, de eerste vogels roerden zich. Toen begon ik te schrijven. Een gepensioneerde Ierse politieman, wiens leven begon met katholiek misbruik, die later alsnog het geluk leerde kennen met zijn grote liefde June en hun twee kinderen, die hij daarna alle drie achter elkaar verloor aan de harde dood, rust uit in een rieten stoel in zijn kleine onderkomen met uitzicht op zee. Dan komen er twee oud-collega’s langs om raad in een lastige zaak en doemen oude demonen van schuld en boete op.
Als de veiligheid van een buurjongentje plots bedreigd wordt door diens gewelddadige vader, twijfelt de oude politieman (en vader, en kind) geen seconde om die over een afstand van 300 meter met één raak schot te doden. Daarmee redt hij het kind. Redt hij ook zichzelf. Dan keert de rust terug. Totaler dan ooit. Dit is het verhaal van Barry – in een notendop.
Maar waar was ik nou zo stil van? Dat lijkt misschien een ander verhaal. Het gaat over de betekenis van verdediging. Het gevecht tegen het kwaad. Ook mijn kwaad. En de vraag of er iets is tussen (terug)vechten en niets doen.
Het onderwerp is evident. We maken ons op om massief te investeren in de oorlogsindustrie. Het is een politieke uitvergroting van iets wezenlijk persoonlijks – denk ik. Hoe neem je het op tegen de dreiging van de dood? Of, (hoe) leg je je erbij neer? Hoe kan je (ik) tot ware rust komen? Het is een groot onderwerp, het zijn grote vragen. Uiteraard niet te beantwoorden in de krapte van de 1000 woorden van deze column. Maar het is een begin.
Van een boek in wording. Van een leven dat eindelijk wat dichter op het einde komt. De levensfase waar ik altijd het meest benieuwd naar ben geweest.
In alle grote geestelijke stromingen gaat het erom in de buurt van een wijsheid te komen die zich niet laat meten met wat we kunnen weten. Die alle rationaliteit te buiten gaat en daarom ongelooflijk lijkt, terwijl dat precies is waar geloven (ik gebruik liever het Engelse faith) over gaat. In de Chinese wijsheidsliteratuur is er één boek dat mij al lange tijd tart: De kunst van het oorlogvoeren van Sun Tzu.