'Ik zou graag schilderijen maken die hetzelfde soort sexappeal hebben als soulmuziek, als Aretha Franklin's swingende nummer R.E.S.P.E.C.T bijvoorbeeld', vertelt de van oorsprong Zuidafrikaanse kunstenares Marlene Dumas in Sweet Nothings, een boek met notities over haar werk. Dumas zegt dat het haar spijt dat de schilderkunst 'die haar als minnares heeft uitgekozen' mensen niet tot tranen roert. Muziek doet dat wel, boeken ook en slechte films doen het nog beter, maar schilderijen niet volgens haar. Wat is muziek precies en gaat het in muziek vooral over emoties als verdriet en ontreddering?
Cheap Thrills van Janis Joplin is het favoriete muziekalbum van Dumas, lees ik ook in Sweet Nothings. Zoals bekend was Joplin een zangeres die oprecht wilde leven en daardoor haar gevoel rücksichtslos volgde om zich volledig in de muziek te storten. Toen dezelfde Dumas echter het Prado in Madrid voor het eerst bezocht en de Pinturas negras van Francisco Goya zag, specifiek het donkere doek het Noodlot, sloeg ze haar hand voor haar mond om de duivel geen kans te geven binnen te dringen. De vier donkere schikgodinnen op dit schilderij, Atropos, Klotho, Lachesis en een onbekende vierde, waren volgens haar geen mensen maar gedrochten en niet de schreeuw van de mensheid was hier door Goya afgebeeld maar eerder de afwezigheid van God. 'Ik voelde me zo eenzaam en toch ook zo thuis, ik baadde in dit angstaanjagende, sensuele brouwsel van ritualisme en exorcisme. Ik voelde de Zigeuners, de Islam, het Christendom en Afrika, en dat alles tegelijkertijd. En toen huilde ik...' zo beschrijft Dumas haatf kennismaking met dit duistere doek. Over deze zwarte schilderijen van Goya met huiveringwekkende wezens die de menselijke levensloop uitbeelden is niet zoveel bekend. Hij schilderde ze ergens tussen 1820 en 1823 op de wanden van zijn huis in een buitenwijk van Madrid. Ze waren niet voor een bepaalde opdrachtgever of voor enig publiek bestemd, maar hij schilderde ze louter voor zichzelf in de laatste, naar het schijnt erbarmelijke fase van zijn leven.
Inhoudsopgave
2 Redactioneel • Harry Kunneman
Waarden en emoties
7 Risico, technologie en morele emoties • Sabine Roeser
17 Ambivalentie over mensen: een humanistische opgave • Cor van der Weele
25 Martha Nussbaums capabilities benadering: het vraagstuk van de menselijke natuur en andere problemen • Veronica Vasterling
33 De herontdekking van het lichaam in het interdisciplinaire emotieonderzoek • Heleen Pott
43 Column: Van de vorm en de troost • Heleen Rippen
Geweld en emoties
47 Militair geweld, en dan?
Humanistisch geestelijke verzorging voor, tijdens en na gevechtsmissies en het taboe op doden • Martine Hulsman en Norbert de Kooter
57 En dan ben je weer thuis...
In gesprek met humanistisch geestelijk verzorger Erwin Kamp over zingeving na een militaire missie • Norbert de Kooter
62 Interview met Sytze van der Zee • Patrick Vlug
67 Suïcidepreventie: leren leven met pijn • Marjoleine Vosselman & Paul van Hoek
Zorg en waarden
77 Werken aan goede zorg. Presentie als vorm van waardenwerk • Judith Leest
87 Vakmanschap in onze high tech gezondheidszorg? Over de kunst van het "elektronische" zorgen Mark Coeckelbergh
93 Recensie. Nel van den Haak (2013) De Machinemens. De machinemetafoor in de geneeskunde en in het denken over ziekte en gezondheid • Richard Brons
Voor het toenemende belang van waardenwerk als concrete activiteit, zijn twee onderling verbonden ontwikkelingen bepalend. Enerzijds het afbrokkelen van vanzelfsprekende bronnen van ethische en morele oriëntatie. Anderzijds de eigentijdse confrontatie met steeds complexere ethische en morele vragen op persoonlijk, organisatorisch en maatschappelijk niveau. De traditionele, verticale bronnen van morele oriëntatie bieden geen houvast meer aan postmoderne individuen. Maar de postmoderne morele ruimte, waarin alle absolute morele en politieke claims als gedaanten van macht ontmaskerd zijn, blijkt tegelijkertijd op organisatorisch en maatschappelijk niveau vrij baan te bieden aan de ongebreidelde dynamiek van de vrije markteconomie en het consumptieve kapitalisme. In het licht daarvan hebben de conceptuele en praktische zoektochten waar dit tijdschrift zich op richt vooral betrekking op nieuwe verbindingen tussen de persoonlijke bestaansethiek van individuen en horizontale morele waarden op het niveau van werken, organiseren en samenlevejn''Éen goed voorbeeld daarvan biedt het begrip 'ambachtelijkheid', dat in het eerste nummer aan de orde is gesteld in discussie met de ideeën van Richard Sennett, en ook in dit nummer aan de orde komt in een bijdrage van Mark Coeckelberg. De dialogische waarden die in ambachtelijk werken praktisch gerealiseerd worden, zijn zowel een bron van persoonlijke zingeving als een bron van waardevolle relaties met degenen voor wie en met wie 'goed werk' tot stand wordt gebracht. De horizontale morele praktijken die uit goed werken en goed samenwerken op kunnen rijzen, vormen ook een belangrijke bron van kritisch verzet tegen de vele eigentijdse vormen van wetenschappelijk onderbouwde, commerciële en bureaucratische instrumentalisering. Dat verzet vindt niet plaats vanuit een moralistische veroordeling, maar stoelt in de eerste plaats op de ervaring dat ongebreidelde concurrentie en primair op efficiency gericht besturen tot slecht werk leiden: tot ondermijning van ambachtelijkheid, samenwerking en leerzame wrijving en tot het verarmen van de taal en de verhalen die beschikbaar zijn om zingevende antwoorden te vinden op de vraag naar goed leven, goed werken en goed samenwerken in onze tijd. De morele horizon van waardenwerk wordt uiteindelijk gevormd door duurzaam en rechtvaardig samenleven, Maar die horizon wordt verduisterd wanneer deze waarden moraliserend worden ingezet om 'van bovenaf' of 'van buitenaf' te kritiseren en af te keuren. Waardenwerk betreft juist het brede scala aan inspanningen die ertoe bijdragen om die horizon in concrete situaties te doen oplichten, vanuit verrijkende verbindingen tussen persoonlijke zingeving, goed werken en goed organiseren.